Vereffening, last call!

Zoals vorig jaar ‘ruim’ op voorhand aangekondigd, wordt de vereffening van uw vennootschap fors duurder. Vanaf 1 oktober 2014 verhoogt de roerende voorheffing op het zogenaamde liquidatieoverschot van 10% naar 25%. Een meerkost (of besparing…) van 15% dus.
Aangezien een vereffening niet op een-twee-drie klaar is, en de zogenaamde ‘interne liquidaties’ niet meer kunnen voor de meerderheid van de vennootschappen, schetsen we hierna nog even in het kort de aandachtspunten indien u overweegt om uw vennootschap verplicht op pensioen te sturen.

Normaal gezien…
Normaal gezien verloopt een vereffening in 3 fasen: eerst stelt men de vennootschap in vereffening, vervolgens vereffent de vereffenaar de activa en passiva van de vennootschap en ten slotte wordt de vereffening gesloten.
In iedere fase wordt in principe de rechtbank betrokken. N.a.v. de in vereffeningstelling van de vennootschap, stellen de aandeelhouders een vereffenaar aan. Zijn benoeming moet door de rechtbank worden bekrachtigd. Tijdens de vereffening moeten er op regelmatige tijdstippen verslagen worden voorgelegd aan de rechtbank over het verloop van de vereffening. Vooraleer de vereffening kan worden gesloten, moet de vereffenaar het plan van verdeling ter goedkeuring voorleggen aan de rechtbank.
Het spreekt voor zich dat dit heel wat tijd kost, en ook heel wat administratie met zich meebrengt.

Kan het eenvoudiger?
Het kan eenvoudiger, weliswaar voor de eenvoudige gevallen.
Sedert maart 2012 is een wettelijke regeling voorzien om eenvoudige vereffeningen onder welbepaalde voorwaarden, in één beweging ook te sluiten. Tijdswinst, die, gezien de tijd tikt, enorm welkom is.

Aan welke voorwaarden moet men dan voldoen?
Er zijn 4 voorwaarden:
1. aanwezigheid ( of vertegenwoordiging) van alle aandeelhouders en unanieme besluitvorming
2. alle activa worden teruggenomen door de aandeelhouders
3. er zijn geen passiva
4. er wordt geen vereffenaar benoemd.

De eerste 2 voorwaarden spreken voor zich, de overige vergen wat toelichting.

‘Er zijn geen passiva luidens de staat van activa en passiva’ – een wat ongelukkige formulering van de wetgever. Bedoeld wordt natuurlijk niet dat de passiefzijde van de balans (credit) volledig leeg moet zijn, dit zou immers betekenen dat er ook geen activa meer zijn, hetgeen in de praktijk weinig zal voorkomen. Bedoeld wordt dat er geen schulden mogen bestaan jegens derden.

Maar er zijn toch altijd wel nog wat kosten, nl. deze van de vereffening zelf. In de praktijk wordt er pragmatisch omgegaan met de kosten van de vereffening. Indien het betalingsbewijs van deze kosten wordt voorgelegd, worden ze buiten beschouwing gelaten. Ook indien er nog schulden aan leden van het bestuursorgaan zijn, kan hier in de praktijk wel vaak een oplossing worden geboden. Echter de verschuldigde vennootschapsbelasting over het voorbije en het lopende boekjaar blijkt vaak een struikelblok, doch mits de juiste aanpak, minder hoog dan gevreesd!

Er wordt geen vereffenaar benoemd: in theorie leidt dit tot een verhoogde aansprakelijkheid van het bestuursorgaan. In de praktijk wordt hier ook mee omgegaan: vermits er (per definitie) geen passiva meer zijn en alle aandeelhouders unaniem moeten besluiten, zullen er in de praktijk weinig ‘benadeelden’ zijn. Voor zover die er toch zouden zijn, zal e.a. wellicht toch terug gebracht kunnen worden tot een handeling van het bestuursorgaan, weinig verschil in de praktijk dus.

Een aanrader dus, of toch niet?
Het lijkt echter vaker eenvoudiger dan het is.
Let bijvoorbeeld op met eventuele verborgen kosten: onroerend goed uit de vennootschap halen is slechts in beperkte gevallen aan een voordelig tarief van registratierechten onderworpen, en zal in de meeste gevallen leiden tot een verhoging van de kostprijs met 10% (tarief registratierechten Vlaams gewest) over de geschatte waarde. Over de meerwaarde moet eveneens volledig fiscaal worden afgerekend, hetgeen vaak een flinke hap uit het budget is. Feit is wel dat een vereffening vóór 1 oktober 2014 een besparing van 15% over het liquidatiesaldo oplevert. De moeite waard om er ernstig over na te denken.

Soms is een snelle vereffening echter, ondanks zorgvuldige voorbereiding en de goede wil van aandeelhouders niet mogelijk. Denk maar eens aan contractuele verplichtingen of uitbetalingen die nog geruime tijd lopen, of openstaande discussies met schuldeisers of schuldenaars die niet op korte termijn opgelost kunnen worden. Kunnen de aandeelhouders dan al een deel van het opgebouwde vermogen voordelig uitkeren? In de praktijk kunnen we hier vaak wel pragmatisch mee omgaan, doch vergt dit een genuanceerde afweging. De vennootschap in vereffening stellen kan steeds, maar er is geen weg terug, het is een onherroepelijke beslissing. De handelingen die een vennootschap in vereffening kunnen stellen, zijn beperkt door het vereffeningsdoel. Behoudens specifiek vereist voor de afhandeling van de vereffening, kunnen er geen nieuwe contracten worden gesloten. Het is dus een uitdovend verhaal. In dit kader zullen in principe uitkeringen (voorschotten op het liquidatiesaldo), uitgevoerd vóór 1 oktober 2014, onderworpen worden aan 10% roerende voorheffing. Indien echter blijkt dat er geen voornemen was om de vennootschap definitief stop te zetten, kan echter e.a. wel op de helling komen te staan, en beschouwd worden als een dividenduitkering. Eenzelfde afweging moet worden gemaakt bij een eventuele ( beperkte) doorstart van de activiteit van de vennootschap.

Meer info?

jo.demeer@vhg.be tel. +32 11 30 13 50
Frame 21, Herentals
Van Havermaet Groenweghe