Fiscotip 1: Bedrijfswagens en btw: rekenen is de boodschap

Hans PhilipsSinds 1 januari 2011 geldt er een nieuwe btw-regeling voor de aftrek van btw op voertuigen die zowel voor beroepsdoeleinden als voor privédoeleinden worden gebruikt. In de praktijk bleef die gewijzigde wetgeving evenwel grotendeels dode letter. Dit was te wijten aan het feit dat de strikte toepassing van die wetgeving bijna onmogelijk na te leven was. Na twee jaar heeft de fiscus eindelijk meer duidelijkheid geschapen en praktische handvatten aangereikt. Aan u om de juiste keuze te maken.

Onder de ‘oude’ regeling (vóór 2011) was de aftrek van btw op bedrijfswagens beperkt tot 50%. Bovendien moest de werkgever ook nog eens btw afdragen over het voordeel van alle aard (via een bijzondere formule) of over de eigen bijdrage van de werknemer.

Onder de ‘nieuwe’ regeling – in theorie in werking sinds 1/1/2011, maar in praktijk veelal pas sinds 1/1/2013 – moet btw-aftrek worden beperkt tot het beroepsmatig gebruik van het voertuig, weliswaar nog steeds met een maximum van 50%. Maar anderzijds moet er geen btw meer worden afgedragen over de ‘gratis’ terbeschikkingstelling aan de werknemer. De band met het voordeel van alle aard voor inkomstenbelastingen wordt trouwens volledig doorgeknipt.

Voor een goed begrip moet je volgend onderscheid maken.

A. De wagen wordt ‘gratis’ ter beschikking gesteld

Wanneer een bedrijfswagen zonder bijdrage van de werknemer ter beschikking wordt gesteld, moet de btw-aftrek worden beperkt tot het beroepsmatige gebruik dat vastgesteld wordt volgens één van de 3 volgende methodes:

Methode 1: het bijhouden van een gedetailleerde rittenadministratie

Methode 2: een semi-forfaitaire berekening van het privégebruik op basis van volgende formule:
% privé = (Afstand woon-werk x 2 x 200 werkdagen) + 6.000 km x 100 / totale jaarlijkse afstand
Het beroepspercentage is dan het verschil tussen het privépercentage en 100.

Methode 3: een algemeen forfait van 35% btw-aftrek

De 1ste en 2de methode kunnen met elkaar worden gecombineerd voor de verschillende wagens van eenzelfde onderneming. In principe moeten deze methodes per wagen worden berekend, maar het is toegelaten één globaal gemiddelde te berekenen.

Methode 3 kan enkel worden toegepast door ondernemingen met een wagenpark van minimaal 4 auto’s. Kies je voor deze methode dan moet je die toepassen op alle wagens in het bedrijf, en bovendien moet je dit minstens volhouden tot het einde van het derde jaar volgend op het jaar van eerste toepassing.

Bij ‘gratis’ terbeschikkingstelling van een wagen, moet de werkgever dus enkel nog de aftrekbeperking volgens één van de drie methodes toepassen, maar anderzijds moet er geen btw meer worden afgedragen over het voordeel van alle aard (behoudens voor bedrijfswagens die de nieuwe aftrekregeling nog niet hebben ondergaan). Het komt er dus op neer een aantal berekeningen te maken en de voor uw bedrijf meest voordelige formule toe te passen.

B. De wagen wordt tegen betaling van een vergoeding ter beschikking gesteld

Wanneer de werknemer voor het privégebruik van de wagen een eigen bijdrage betaalt, dan heeft dit voor de werkgever een dubbel gevolg. Enerzijds is de aftrek van de btw beperkt tot 50% (dus geen toepassing van één van de drie methodes) en anderzijds moet over de werknemersbijdrage btw worden toegepast. De basis voor de heffing van de btw is de aangerekende prijs, maar met dien verstande dat er minstens over de ‘normale waarde’ btw moet worden betaald. Ook hier is de boodschap dus goed rekenen!

Het voordeel van het aanrekenen van een vergoeding is dat er geen moeilijke berekening van de aftrekbare btw moet gebeuren. De aftrek blijft immers beperkt tot 50%. Maar het is maar de vraag of uw werknemers en/of bedrijfsleider daar gelukkig mee zijn.

Hans Philips
Van Havermaet Groenweghe

hans.philips@vhg.be
Tel. 014 59 33 63

‘Frame 21’
Diamantstraat 10 bus 201
2200 Herentals