Aan de grens met Kosovo zijn bij een lading van 20 ton diepgevroren kalfsvlees van vleesbedrijf Vanlommel uit Olen 2 palletten aangetroffen waarvan de houdbaarheidsdatum was overschreden. Volgens commercieel directeur Johan Heylen was het niet de bedoeling om fraude te plegen maar gaat het om een menselijke fout.

De feiten dateren al van enkele maanden geleden maar komen nu naar buiten in het zog van de vermeende schandalen rond de slachthuisgroep Verbist. “Een medewerker heeft 2 palletten op de vrachtwagen gezet die normaal moesten worden afgevoerd. De houdbaarheid was met 20 dagen overschreden. Het ging om een vergissing”, aldus nog Johan Heylen.

De medewerker is nog altijd actief bij Vanlommel. “We steken de hand in eigen boezem. Dit betekent dat onze procedures niet goed hebben gewerkt. We hebben het voorval intern geëvalueerd en er zijn aanpassingen gebeurd.”

Intussen laat ook het Federaal Voedselagentschap weten dat er in dit geval geen aanwijzingen waren voor een internationale fraude.

Minister op bezoek
Het Olense vleesbedrijf exporteert 65% van zijn productie, voornamelijk binnen Europa. Van de totale kalfsvleesproductie in ons land neemt Vanlommel Group zo’n 40% voor haar rekening en is daarmee marktleider. 2 jaar geleden kreeg het bedrijf toenmalig minister van Landbouw Borsus op bezoek. Bij die gelegenheid werd een investeringsprogramma van 10 miljoen euro bekendgemaakt.