De eerste steen voor de bouw van de oppervlakteberging voor laagradioactief afval in Dessel kan pas ten vroegste in 2019 worden gelegd. De procedure die is gestart in januari 2013, is nog altijd niet afgerond en het blijft wachten op de nucleaire vergunning. Dat meldt Stora Magazine in zijn recentste uitgave. Stora is de Studie- en Overleggroep Radioactief Afval Dessel.

“Omdat er veel belang wordt gehecht aan de veiligheid en omdat het voor ons land de eerste keer is dat er een definitieve berging voor radioactief afval zal worden gebouwd, neemt de beoordeling van het erg omvangrijke veiligheidsdossier veel tijd in beslag”, meldt Stora. Het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle (Fanc), dat de vergunning moet afleveren, heeft eind 2014 een 300-tal bijkomende vragen gesteld aan opdrachtgever Niras. Die heeft ze intussen bijna allemaal beantwoord. Tegen midden dit jaar hoopt het Fanc alle informatie te hebben verzameld.

Vervolgens verhuist het dossier van de Wetenschappelijke Raad, die eind 2017 een voorlopig advies zal formuleren. Aansluitend volgt een openbaar onderzoek en tenslotte een definitief advies. Dat wordt niet voor eind 2018 verwacht, waarna ten vroegste in 2019 kan worden gestart met bouwen.

Nog dit jaar wordt gestart met de bouw van een toegangsgebouw en een herverpakkingsinstallatie. Hiervoor is een klassieke industriële vergunning voldoende en is de procedure een stuk korter. Dat geldt trouwens ook voor de caissonfabriek.

Lokaal Fonds is nog leeg
Door het uitblijven van de vergunning voor de bergingsinstallatie heeft Niras ook nog geen geld gestort in het Lokaal Fonds, waarmee verenigingen lokale projecten kunnen financieren. “Het kapitaal zal stapsgewijs in het fonds worden gestopt wanneer Niras effectief de vergunning voor de berging heeft bekomen”, zegt Roel Mermans, voorzitter raad van bestuur van het Lokaal Fonds. “Omdat dit langer duurt dan verwacht, is Niras bereid een voorschot van 1 miljoen euro te storten in de loop van 2017.”