De provincie Antwerpen blijft de koploper in Vlaanderen op het vlak van fietsen naar het werk. 1 op 3 werknemers neemt geregeld de fiets om zich naar zijn werkplek te begeven. Niettemin blijft de auto de heilige koe, al is er in 2017 een lichte daling tegenover een jaar eerder. De cijfers komen uit de mobiliteitsbarometer van hr-dienstverlener Acerta.

De fiets als woon-werk vervoermiddel stijgt nog altijd in populariteit. Het percentage fietsende werknemers evolueerde het jongste jaar in onze provincie naar 35,2%. Dat Antwerpen vlak is en dat de gemiddelde afstand woonst-werk er met 16,3 km de op 1 na kortste is van alle provincies, speelt natuurlijk in het voordeel.

Files bereiken pijnpunt
Sarah Peeters, directeur Acerta Consult: “Uit onze dagelijkse contacten met DEO’s en hr-directeurs leren we dat werknemers meer een meer aan hun werkgever vragen om bedrijfsfietsen beschikbaar te stellen. De langer wordende autofiles hebben blijkbaar een pijnpunt bereikt. Met een Benefit Motivation Plan, waarbij de werknemers de keuze krijgen om een deel van hun loon te besteden aan bv. een elektrische fiets, kan de werkgever aan die vraag tegemoetkomen zonder zijn loonkost te verhogen.”

Het percentage openbaar vervoer bleef in onze provincie altijd draaien rond de 6%. In 2017 steeg dat naar 6,6%. “Het blijft een bescheiden resultaat, maar het is toch een opmerkelijke stijging van 8,5% het jongste jaar”, aldus nog Sarah Peeters.

De auto blijft nog altijd de nummer 1. Op Belgisch niveau neemt 66,5% dagelijks de auto naar het werk. Tellen we daar de werknemers bij die de wagen af en toe afwisselen met fiets, trein of bus, dan komen we op 76,7%. In onze provincie daalde dat aantal in 2017 van 75,4 naar 74,6%.