diepe geothermieVandaag, woensdag, is een cruciale fase ingegaan voor het diepe-geothermieproject op de Balmatt-site in Mol. De proefboring heeft een diepte van 3.610m bereikt, de Kolenkalklaag, en de boorput is tot op die diepte gestabiliseerd. Vandaag starten de experten van het consortium THV Daldrup-Smet en VITO met de pompproef, waarmee de temperatuur en het debiet van het water uit de diepe ondergrond wordt gemeten. Beide zijn cruciaal voor het succes van de eerste diepe-geothermiecentrale in ons land.

Bij de pompproef is een stoomwolk te zien door het temperatuurverschil tussen het warme water en de koude buitenlucht. Hoe hoog de stoom de lucht ingaat, is afhankelijk van de weersomstandigheden. Het warme water wordt direct van de boortoren via een pijpleiding naar het nabijgelegen opvangbekken geleid.

Weinig hinder
De VITO-experten verwachten weinig hinder voor de omgeving. Ze meten de samenstelling van de stoom en van het water nauwkeurig gedurende de hele pompproef. Het water van het opvangbekken wordt bovendien gecontroleerd afgevoerd. Tijdens de pompproef kan in de omgeving een lichte zwavelgeur worden waargenomen. Dit is volledig onschadelijk en bovendien beperkt tot de duur van de pompproef, die 48 tot 72 uur kan duren. Een operationele geothermiecentrale is geurloos.

Na de pompproef zal VITO trachten dieper te boren om ook de basis van de Kolenkalk en de top van het Devoon te verkennen. Deze gegevens zijn interessant voor alle toekomstige boringen in Vlaanderen.

In de volgende weken zullen de onderzoekers de gegevens van de pompproef analyseren. De raad van bestuur van VITO bespreekt de resultaten midden februari, waarna het verdere verloop van het diepe-geothermieproject zal worden bekendgemaakt tijdens een academische zitting.