Sinds de opstart van het nieuwe slachthuis Sus Campiniae in Oevel een jaar geleden zijn er al meer dan 1 miljoen varkens geslacht. Momenteel bedraagt de capaciteit 650 varkens per uur, maar die moet nog naar 720. Het slachthuis krijgt dezer dagen een 50-tal overwegend Kempense beenhouwers op bezoek voor een uitzonderlijke rondleiding.

“Tussen februari en mei vorig jaar zijn we geleidelijk opgestart”, vertelt CEO Marcel Laeremans. “De ingebruikname van een dergelijke installatie is technisch zeer ingewikkeld. Momenteel zitten we aan 30.000 varkens per week. De volledige capaciteit bedraagt 40.000 varkens.”

Intussen stelt het slachthuis, dat zich op het vlak van automatisatie en hygiëne het modernste van Europa noemt, 210 medewerkers. “We hebben totnogtoe zo’n 100 mensen extra aangeworven”, aldus nog de CEO.

Volledige transparantie
De directie is zich bewust van de negatieve perceptie bij het grote publiek rond slachthuizen, een gevolg van wantoestanden in enkele slachthuizen. Zelf huldigt ze het principe van de volledige transparantie. “We hebben hier in totaal 52 camera’s hangen, waarvan er 10 tot 15 rechtstreeks met het ministerie zijn verbonden”, benadrukt Marcel Laeremans.

In het kader van die openheid bezochten vandaag maar ook vorige week slagers van de Turnhoutse Beenhouwersbond, die een heel aantal slagers in de Kempen groepeert, het slachthuis. Daarvoor moest een speciale toestemming bij het Federaal Voedselagentschap worden aangevraagd. “We wilden onze mensen laten zien hoe het varken het vergaat vooraleer het vlees bij ons terechtkomt”, zegt hun voorzitter Geert Hermans. “Met eigen ogen hebben we kunnen vaststellen hoe professioneel en hygiënisch het eraan toe gaat. Het slachthuis zet ook extra in op waterrecuperatie en energiezuinigheid.”

De Kempense beenhouwers kregen ook in primeur het vlees van een nieuw varkensras te proeven. “Het gaat om een Noors-Zweeds ras dat zeer mals vlees levert en niet duurder is. Het zit nu nog in een onderzoeksfase. Vanaf de 2de helft van dit jaar is er voldoende beschikbaarheid voor de commerciële exploitatie”, besluit Marcel Laeremans.