80% van Desta’s stenen gaat richting Nederland

destaMinderhout heeft een vrijwel unieke kleigrond. Het is ook de bestaansreden van de Steenbakkerij Desta. Het bedrijf doet het vandaag vrij behoorlijk. “Het moet altijd beter kunnen”, zegt Toon Desmedt van zijn kant. De crisis in de bouwsector is toch wel merkbaar, heet het.

Desta maakt gevelstenen en kleiklinkers. In alle formaten. Vooral het kleurenpalet van de stenen is opmerkelijk. Het bakproces is in die mate geperfectioneerd dat Desta zijn klanten kleurenvastheid garandeert.

Het orderboek zit ondertussen nog mooi vol. Maar toch is het iets minder dik dan vorige jaren. Dat komt voor een stuk omdat Desta liefst 80% van zijn productie afzet in Nederland. Precies in Nederland is de crisis in de immobiliënmarkt vandaag heel wat scherper voelbaar dan in België. “Maar  dat is allemaal relatief omdat het traject tussen een bestelling, de afroep en de eigenlijke levering doorgaans erg lang is”, zegt Toon Desmedt.

Met een omzet van pakweg 5 miljoen euro over het boekjaar 2011/2012 realiseert het bedrijf vandaag een bevredigende rentabiliteit. De eerste helft van 2012/2013 was OK. De tweede helft zal normaal duidelijk minder goed zijn.  Het blijft  dus afwachten  Desta is in handen van verschillende privé-aandeelhouders. De familie Desmedt controleert evenwel de meerderheid van het kapitaal. Toon Desmedt leidt de productie, zus An is verantwoordelijk voor de algemene leiding van het bedrijf.

De steenbakkerij draait voornamelijk op haar eigen klei. Er worden weliswaar ook beperkte hoeveelheden klei uit Duitsland aangevoerd doch in  de unieke samenstelling van de Kempense klei in Minderhout steekt weinig kalk. Vandaar ook de kleurenvastheid van de geproduceerde stenen. “Ook wanneer wij kleurenpigmenten toedienen kunnen wij er verzekerd van zijn dat de kleuren in de loop van de jaren zullen stand houden.”

Stenen bakken is een “ambacht.” Daar komt nogal wat ervaring bij kijken. Op termijn stelt zich op dat vlak effectief wel een probleem. Stenen bakken moet je leren. De vraag is dus of er wel voldoende jongeren bereid zullen zijn om de stiel aan te leren. “Maar voorlopig komen wij daar wel nog mee weg”, zegt Toon Desmedt.